In deze blog staan twee uitspraken die relevant zijn voor accountant in de agrarische praktijk centraal. Deze blog volgt op de algemene blog over de zorgplicht.
ECLI:NL:GHARL:2020:322 – omvang opdracht
Op 14 januari 2020 wees het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden arrest in een geschil tussen een agrarisch ondernemer (Huzen) en diens accountant (MTH).
Feiten:
MTH, en eerder haar rechtsvoorgangsters, verricht sinds vele jaren voor Huzen financieel-administratieve werkzaamheden. In het kader van de door MTH aan Huzen verleende diensten heeft MTH de jaarlijkse aangiften belasting verzorgd en de jaarcijfers opgesteld. Daarnaast heeft MTH jaarlijks namens Huzen de Gecombineerde Opgaven (GO) ingediend bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Op enig moment blijkt dat er een onjuiste opgave is gedaan van de betrokken percelen en volgt vanuit RVO een sanctie jegens Huzen. Huzen spreekt daarop MTH aan op grond van de schending van de zorgplicht. Huzen wijst er op dat MTH zich profileert als “agro adviseur” en beoogt daarmee een verzwaring van de invulling van de zorgplicht.
Deze uitspraak verwijst regelmatig naar de uitspraak van de rechtbank, die niet gepubliceerd is. Hetgeen hierna volgt is afgeleid uit het arrest. De rechtsvraag wordt hier niet apart besproken.
Maatstaf:
Het hof verwijst naar de door de rechtbank aangelegde maatstaf, te weten dat een beroepsbeoefenaar zoals een accountant ten opzichte van zijn cliënt de zorgvuldigheid in acht moet nemen die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht (artikel 7:401 BW). Het feit dat de accountant zich presenteert als ‘agro adviseur’ heeft echter geen betekenis. Van een accountant mag worden verwacht dat deze specialistische kennis heeft om landbouw-ondernemers van dienst te kunnen zijn op het gebied van accountancy, belastingadvies en dergelijke, maar niet dat deze materiële kennis moet hebben van de teelt van gewassen en/of landbouwkundig gebruik van percelen.
Oordeel van de rechter:
Er was in hoofdzaak sprake van financieel-administratieve dienstverlening en geen adviesrelatie. Gelet daarop was er geen sprake de schending van een gedrags- of beroepsregel ter zake (buitencontractuele) advisering omtrent de verzilvering van onbenutte toeslagrechten.
ECLI:NL:GHARL:2021:3211 – pro actief adviseren
Op 6 april 2021 oordeelde het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een arrest over een geschil tussen een melkveehouder en Alfa Accountants (Alfa).
Feiten:
Een melkveehouder had Alfa ingeschakeld voor fiscale advisering. In december 2011 besloot hij te investeren in een MDV-stal (Maatlat Duurzame Veehouderij) en wilde hiervoor gebruikmaken van de MIA/Vamil-regeling 2011. Alfa heeft de investering echter niet tijdig binnen de drie maanden na de investeringsbeslissing gemeld bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), waardoor de melkveehouder geen gebruik kon maken van de belastingvoordelen. De melkveehouder stelde Alfa Accountants aansprakelijk voor de misgelopen fiscale voordelen en eiste schadevergoeding.
De maatstaf en de rechtsvraag worden hier niet apart besproken.
Oordeel van de rechter:
Gelet op de vaste relatie met een agrariër bracht de zorgplicht (artikel 7:401 BW) van een redelijk handelend en redelijk bekwaam accountant en adviseur mee dat Alfa bij de agrariër door zou moeten vragen naar een plan voor een MDV-stal en de concrete stand van zaken daarvan en hem niet alleen van de maatregelen en puntentelling van MIA-Vamil op de hoogte bracht. De agrariër mocht van Alfa verwachten dat zij hem er in ieder geval ook voor waarschuwde dat, om aanspraak te kunnen maken op de MIA-Vamil-regeling, als vereiste gold dat de investeringsbeslissing uiterlijk drie maanden erna aan RVO moest worden gemeld. Dit geldt temeer nu de directeur/voorzitter van Alfa op de mondelinge behandeling heeft verklaard dat alle medewerkers van Alfa Accountants op kantoor (Assen) de MIA/Vamil regeling en de bijbehorende driemaandentermijn kenden. Alfa heeft wel betwist dat de agrariër haar om meer zou hebben gevraagd dan enkel wat informatie over de MIA/Vamil regeling in het algemeen, maar het lag, zoals gezegd, op de weg van Alfa om bij hem naar de concrete stand van zaken te informeren en hem tenminste te informeren over de vervaltermijn van drie maanden nadat de investering was gedaan.
Alfa heeft in strijd met haar zorgplicht nagelaten zich van de plannen van de agrariër te vergewissen en hetzij hem indringend te waarschuwen voor de driemaandentermijn (dus te adviseren op dit punt) hetzij zelf die melding aan de belastingdienst te verzorgen (dus hem op dit punt te begeleiden). In dit opzicht is Alfa jegens de agrariër toerekenbaar tekortgeschoten.
Lees hier de blog over rechtspraak inzake de zorgplicht voor de agrarisch adviseur.
Lees hier de blog over rechtspraak inzake de zorgplicht voor de notaris.
Lees hier de tips voor de praktijk