Contactgegevens
Telefoon: +31 88 4104411
E-mail: info@alexadvocaten.nl
Adres: Spoorstraat 43, 6602 AW Wijchen

Home » Rechtspraak voor de agrarisch adviseur

Rechtspraak voor de agrarisch adviseur

In deze blog bespreek ik twee uitspraken die relevant zijn voor agrarisch adviseurs (niet zijnde de notaris en de accountant). Deze blog volgt op de algemene blog over de zorgplicht.

ECLI:NL:GHSHE:2023:4235 – assurantietussenpersoon

Op 19 december 2023 heeft het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch uitspraak gedaan in een hoger beroep betreffende de aansprakelijkheid van een assurantietussenpersoon voor hagelschade veroorzaakt door een “supercell”.

Feiten:

Een agrariër leed aanzienlijke hagelschade aan zijn eigendommen door een supercell. Hij stelde de assurantietussenpersoon, in dit geval de Rabobank, aansprakelijk voor de geleden schade, met het argument dat de tussenpersoon tekortgeschoten was in zijn zorgplicht door niet te zorgen voor een adequate verzekering die dergelijke schade dekte. Uit de feiten blijkt verder dat de assurantietussenpersoon twee keer per jaar bij de agrariër over de vloer kwam. Volgens de tussenpersoon kwam het onderwerp hagelschade daarbij steeds aan bod. De agrariër heeft een verzekering tegen die schade echter telkens afgewimpeld.

Maatstaf:

Op grond van artikel 7:401 BW is een assurantietussenpersoon tegenover zijn opdrachtgever verplicht om bij zijn werkzaamheden de zorg te betrachten die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot verwacht mag worden. De assurantietussenpersoon heeft een zorgplicht in het stadium van aanvraag en acceptatie, maar ook een (na)zorgverplichting op het moment dat de verzekeringsovereenkomst gesloten is en tot zijn portefeuille behoort. Het behoort in beginsel tot de taak van de assurantietussenpersoon (zie ook ECLI:NL:HR:2003:AF0122) om een verzekeringnemer, ook tijdens de duur van de verzekering, tijdig opmerkzaam te maken op de gevolgen die aan de assurantietussenpersoon bekend geworden feiten voor de dekking van de tot zijn portefeuille behorende verzekeringen kunnen hebben. Daarbij gaat het om feiten en omstandigheden die aan de assurantietussenpersoon bekend waren of die haar redelijkerwijs bekend behoorden te zijn. Hoe ver die zorgplicht gaat is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, onder meer de aard en de inhoud van de opdracht van een verzekering en de belangen van de verzekeringnemer, voor zover die kenbaar waren de assurantietussenpersoon.

Rechtsvraag:

Heeft de assurantietussenpersoon zijn zorgplicht geschonden door niet te adviseren over of te zorgen voor een verzekering die dekking biedt tegen hagelschade door extreme weersomstandigheden zoals een supercell?

Oordeel van de rechter:

De rechtbank wees de vordering van de agrariër af. Het hof bevestigde dat de assurantietussenpersoon zijn zorgplicht niet had geschonden en dat de verantwoordelijkheid voor het kiezen van de juiste verzekering bij de agrariër zelf lag. De assurantietussenpersoon had hem voldoende geïnformeerd en geadviseerd over de beschikbare verzekeringsmogelijkheden. Het was aan de agrariër zelf om te beslissen welke risico’s hij wilde afdekken. Het vonnis van de rechtbank in eerste aanleg werd daarom bekrachtigd.

ECLI:NL:GHARL:2021:9308 – agrarisch adviseurs

Op 5 oktober 2021 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak gedaan in een hoger beroep tussen een verpachter en adviseurs. Deze procedure is een vrijwaringszaak bij een hoofdzaak.

Feiten:

Piluha B.V., verpachtster, werd bijgestaan door agrarisch adviseurs (Flynth en PPP-Agro) bij de overgang van haar melkveehouderij aan een pachter. Piluha verwijt de adviseurs dat zij haar onvoldoende hebben gewaarschuwd voor het risico dat er een hoevepachtovereenkomst met de pachter zou ontstaan. In een eerdere gerechtelijke procedure is deze pachtovereenkomst schriftelijk vastgelegd, waardoor de pachter nu schadevergoeding vordert van Piluha omdat zij de overeenkomst niet volledig kan nakomen (dit is het geschil in de hoofdzaak).

Rechtsvraag:

Zijn de agrarisch adviseurs (Flynth en PPP-Agro) aansprakelijk voor de schade die Piluha mogelijk aan de pachter moet vergoeden, omdat zij haar niet voldoende hebben gewaarschuwd voor de risico’s van een pachtovereenkomst?

Maatstaf:

Net als de pachtkamer in eerste aanleg neemt het hof als uitgangspunt dat de adviseurs een zorgplicht hebben en dat hun handelen dus getoetst moet worden aan de zorgvuldigheid die een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot in het concrete geval in acht zou nemen. Deze zorgplicht kan onder meer meebrengen dat de opdrachtnemer de opdrachtgever ongevraagd dient te informeren over en zo nodig moet waarschuwen voor bepaalde mogelijkheden of risico’s.

Oordeel van de rechter:

Het gerechtshof oordeelt, in lijn met de eerdere uitspraak van de pachtkamer, dat de adviseurs niet aansprakelijk zijn voor de schade die voortvloeide uit de pachtovereenkomst. Het hof stelt vast dat Piluha zich bewust was van de risico’s van pacht en dat de adviseurs haar daar voldoende op hebben gewezen. Er is bewijs van correspondentie waarin de adviseurs de risico’s expliciet hebben besproken en waarbij Piluha zelf heeft aangegeven dat zij zich bewust was van deze risico’s. Het hof vindt het niet aannemelijk dat Piluha de risico’s niet volledig begreep en oordeelt dat zij de gevolgen zelf moet dragen.

Contact opnemen

Naam
We reageren zo spoedig mogelijk, tijdens kantooruren.
This field is for validation purposes and should be left unchanged.